Ik kan koken

‘Ah, jij bent het,’ zei Louis toen hij op Kerstdag de deur voor me opende. ‘Nergens uitgenodigd?’ Hij keek me treiterend aan. ‘Voor je het weet geraak ook jij in het vergeetstraatje. Eens je daar bent, kom je er nooit meer uit. Kijk maar naar mij.’

‘Zalige Kerst,’ beantwoordde ik zijn stekelige opmerking, ‘de kinderen komen met Nieuwjaar.’

Hij gromde binnensmonds, slofte naar de woonkamer en ging zitten. Hij nam de afstandsbediening, zapte van de ene naar de andere zender. ‘Moet je zien, allemaal kookprogramma’s. Alsof een mens de dag van vandaag zonder hulp geen eten meer kan maken.’ Jeroen Meus zette ons een kerstmenu voor, Jamie Oliver pofte pittige Kerst-popcorn. Hij schakelde onverstoord verder. Gordon Ramsay vloekte een restaurant terug op het juiste spoor, Peppe Giacomazza deed ons dromen van Italiaanse smaken. ‘Zever in zakjes,’ besloot Louis en stond op.  Hij doorzocht de laden van het dressoir en duwde een stevig boek met witte kunstlederen kaft in mijn handen. ‘Het kookboek van mijn vrouw,’ glunderde hij. ‘Nee, ons Marie had geen televisie nodig om lekker te koken!’

‘Mag ik?’ verbrak ik de stilte. Nieuwsgierig opende ik het boek en las Ik kan koken, geïllustreerd handboek voor allen, die willen leren koken en de eisen van een goede keukeninrichting willen leren kennen. Naar de bewerking van H.M.S.J.De Holl door P.J. Sarels van Rijn, Lerares koken en voedingsleer, Leiden 1952. Tiende geheel herziene uitgave.

Ik bladerde van de ene verbazing naar de andere: recepten afgewisseld met foto’s van een zolderkamer-keuken, tips om de badkamer zo in te richten dat deze ook als keuken kon worden gebruikt, bladzijden uitleg over hoe en waar voedsel kwam te staan in de frigidaire, hoe men aardappelen en groenten het best bewaarde in de kelder. Het dekken en dienen kreeg een hoofdstuk apart. Want, is de bereiding van het voedsel van de grootste betekenis, de wijze van opdienen is ook zeer belangrijk!  Een ontbijttafel werd gedekt met een wit tafellaken, het gebruik van een dienwagen was aan te raden. Ik werd er zowaar stil van.

Ik wou net het boek dichtdoen, toen ik achteraan een dichtgevouwen blad zag zitten. Solo-pannekoeken. Louis nam het recept vast. ‘Nog van mijn moeder.’ Zijn gezicht klaarde op. ‘Op zaterdag trakteerde ze mijn vriendjes op pannenkoeken. Charles van over de deur kwam langs, Arletje van enkele huizen verder, Maurice en zijn kleine broer. Man, man, man. Ja, mijn moedertje …’ Pretlichtjes deden zijn ogen stralen, zijn blik werd zachter.

Ik sloot het boek, stond op. Op weg naar het dressoir struikelde ik over het losliggend, opkrullend tapijt. ‘Louis, je moet je tapijten weg doen. Met je drieënnegentig jaar wil je toch niet vallen hé!’

‘Mijn tapijten blijven liggen,’ bromde hij. ‘Jíj moet leren je voeten op te heffen, zo simpel is het.’

Ik gaf hem een kus. ‘Tot volgende week. Als er iets is, moet je bellen.’ Ik sloot de deur achter me. Voor de laatste keer. Maar dat wist ik toen nog niet.

foto: ik kan koken, uitgave 1952, bladzijde 145.

#verhalen vertellen #chantalpauwels.com