Een medaille als eerbetoon

Op automatische piloot trokken mijn man en ik iedere dag naar het huis aan de Brugse molens. We schoven meubelen aan de kant, rolden zware karpetten op, haalden kasten leeg. De keukenvloer stond vol spullen ‘te verdelen’, de achterkamer bleek te klein voor de ‘te bewaren’ herinneringen. Na drie weken was er van leeghalen geen sprake, van verplaatsen des te meer. Mijn humeur zakte onder het vriespunt, ik werd een chagrijnige versie van mezelf.

Onze kinderen grepen in. ‘Jullie zijn te emotioneel. Laat ons maar doen!’ Als een wervelwind trokken ze door het huis. In de gang groeiden nieuwe stapels: Oxfam, kringloopwinkel en containerpark. Een ruime camionette werd gehuurd, een opkoper werd gecontacteerd. Het was duidelijk, zij wisten wél van aanpakken. Ik herademde.

Vanaf dan vulde Louis mijn dagen. Na mijn werkdag samen een biertje drinken in de lounge van het rusthuis, op zaterdag een voetbalmatch volgen op tv, op zondag discussiëren over onbekwame politiekers. Ik vertraagde.

‘Mijn vader vocht in den grote oorlog,’ stak hij op een zaterdagnamiddag van wal. Ik glimlachte. Ik kende de verhalen over Isidoor die in de loopgraven vocht, ploeterde door modder en overstroomde gebieden. ‘De Slag bij Halen. Augustus 1914. De dag dat de Belgische soldaten de Duitsers tegenhielden. Mijn vader vocht mee.’ Hij wees naar mijn iPhone. ‘Belangrijke dag. Zoek het maar eens op, je zult het zien. Je hebt zijn medailles toch niet weggegooid?’ Ik stelde hem gerust. De medailles waren veilig opgeborgen. Naast de poésie van zijn vrouw-zaliger, het kookboek van zijn moeder en zijn gebedenboek.

Hij raasde hij door. Wereldoorlog II. Sint-Michiels, november 1944. De geallieerden bombardeerden een Duitse afluisterpost. Enorme schade en tientallen doden waaronder kinderen. ‘Wist je dat?’ Ik schudde mijn hoofd. Ook deze gebeurtenis moest ik eens later maar eens opzoeken. Uren aan een stuk rakelde hij verhalen op. Over die Duitse soldaten die met hun camion een bocht misten en in de Brugse vaart belandden, over burgers die hun Schein (toelating om zich te verplaatsen) waren vergeten en bijna in het cachot vlogen, over zijn vader die hem jaren later uit een of andere betoging haalde en hem een ferme schop onder zijn kont verkocht. Over de gistfabriek te Sint-Kruis Brugge, over het opwinden van uurwerken, over staartklokken en pendules …

Ik luisterde, knikte, glimlachte. Louis. Een hoogbejaarde man met flinterdunne huid, ouderdomsvlekken, donkere wallen onder de ogen. Kaal hoofd, onzekere blik. Weemoedig naar vroeger, bang voor wat komen zal. Het definitieve afscheid naderde, dat wisten we allebei.

Samen met hem zal een generatie vol kennis en finesse verdwijnen. Ambachtslieden met een hart voor hun stiel, stille mensen met oeverloze eerbied voor hun verleden, wijze mensen met verhalen over vroeger, een waarschuwing voor onze toekomst. Zwijgzame mensen die elk op hun eigen manier een medaille verdienen.

° Foto medailles in eigen bezit, waaronder medaille zilveren Palmen van de Kroonorde.