De plastic keukenklok zette me met beide voeten terug op de grond. Wat had ik gedacht? Dat ik zomaar, uit de losse pols, een verhaal kon neerpennen over het leven in 1949? Dat ik mijn leven kon vergelijken met dat van mijn grootouders? Wat wist ik eigenlijk over hun gewoontes, hun manier van denken, hun alledaagse bestaan? Niets.
En dat besef werd de komende maanden alleen maar scherper. Op een zaterdagnamiddag wandelde ik met mijn ouders langs de Spoorwegstraat. Op de hoek bleef mijn vader staan en wees naar een appartementsgebouw.
‘Hier heb ik ook gewoond,’ zei hij, met de nadruk op ook.
Het moet gezegd: mijn grootmoeder verhuisde graag. Mijn vader vertelde vaak hoe hij als kind naar het dok moest om zijn vader, na een zeereis van enkele weken, op te wachten. Niet om zijn vuile was of pangel op te halen, maar om hem te zeggen waar ze inmiddels woonden.
‘Vanuit de woonkamer konden we de schepen zien binnenvaren,’ ging mijn vader verder.
Ik keek rond. Het stadhuis. Hoge gebouwen. Het Vuurkruisenplein, eindpunt van de A10. Het station, in de verte.
Hij zag mijn verwarring. ‘Daar was het derde handelsdok. Hier liep de spoorweg. Het station lag dichterbij.’ Hij wees naar de Delhaize.
Daar, op die straathoek, drong de omvang van mijn project pas door. Als ik mijn hoofdpersonage wilde laten wandelen door Oostende, moest ik het Oostende van 1949 kennen.
Het Oostende met zijn drie dokken, de resten van de Atlantikwall, het vernielde Kursaal, straatnamen zoals Boulevard du Midi en de Weststraat. Met zijn Belle-Époque, het Panorama de l’Yser, talloze cafés en natuurlijk de Coo.
Ieder detail zou ik moeten controleren: van de naam van de handelszaak tot het cinémacomplex, van theaterstuk tot Vlaamse hit op de radio. Familieleden brachten me boeken, foto’s en verhalen over die tijd. De medewerkers van Bibliotheek Lambert stuurden me stadskaarten.
En toch zonk de moed me in de schoenen. Wat met het échte verhaal, de overtocht naar Chili?
En ook daar kreeg ik hulp. Onverwachts, ongevraagd. Via een overlijdensbericht op Facebook. Wat er volgde, zou alles veranderen.
°Pangel: streekgebonden vissersterm voor een persoonlijke voorraadmand waarmee vissers eten en proviand meebrachten op zee. Object in de kijker: plunjezak en panger | NAVIGO Visserijmuseum
Benieuwd naar Oostende? Meer informatie op Toerisme Oostende
