Het verhaal dat mijn vader vertelde – vrouwen, moed en mimosa

Dit weekend kleurt Italië geel. Op 8 maart krijgen de vrouwen daar een mimosatakje, een bloem die begin maart bloeit en sinds de Tweede Wereldoorlog symbool staat voor vriendschap, wederzijdse steun, vrouwelijke energie en veerkracht.

Mocht ik zevenenzeventig jaar terug in de tijd kunnen reizen, dan stond ik vandaag op de kade van Antofagasta, met een grote ruiker mimosa’s in de hand, klaar om de zes vrouwen aan boord te verwelkomen.

Want wat zij achter de rug hadden, was geen gewone reis.

Vanaf het ogenblik dat de vrouwen aan boord stapten, kwamen ze terecht in een voor hen totaal onbekende wereld. Ze kenden een schip enkel uit de verhalen van hun mannen. Het bracht brood op de plank. Nu bevonden ze zich plots midden in die wereld van golven en een eindeloze horizon.

In de dagboekfragmenten en krantenartikel las ik dat er spanning was onder de vrouwen.

Hoe kon het ook anders? Ze wisten niets over het leven aan boord. Wat aan wal zo vanzelfsprekend leek, werd een zoektocht. Met schade en schande leerden ze hoe je driemaal per dag een maaltijd voor 22 mensen bereidde in een karig uitgeruste kombuis. Ze leerden hoe je besmeurde luiers met zeewater waste, hoe je wasgoed te drogen hing aan de reling zonder dat de wind ze meenam.

Drieëndertig ellenlange dagen zonder privacy, zonder een eigen plek om even op adem te komen. Dagen vol verveling, met enkel de zee als metgezel.

Maar nog moeilijker te begrijpen was de rangorde aan boord. Wanneer mochten ze hun mening geven en wanneer moesten ze zwijgen? Hoe moesten ze zich gedragen tegenover de reder, tegenover de kapitein? Tegenover de mannen die al jaren op zee waren?

Een verkeerde beweging, een verkeerd woord kon leiden tot kleine conflicten, afkeurende blikken of erger: chaos in de kombuis of op het dek.

En toch, langzaam, dag na dag, vonden ze een manier om te overleven. Ze leerden observeren, inschatten en zich aanpassen aan een omgeving die nooit voor hen gemaakt was.

En daarom zou ik vandaag op de kade van Antofagasta staan. Of op de kade van Valparaíso. Of ergens in Argentinië. Want deze zes vrouwen waren niet de enigen. Ook de vrouwen op de andere vissersboten die vanuit Oostende emigreerden, deelden dezelfde onzekerheid, dezelfde moed en dezelfde doorzettingskracht.

Ze verdienen vandaag elk – ook mijn grootmoeder – een mimosatakje. Als eerbetoon aan hun wederzijdse steun, hun vrouwelijke energie en hun veerkracht.

Waarden die vaak schuilgingen in hun kleinste gebaren en die hopelijk ook onze generatie én de komende blijven inspireren …