4 augustus 1949. Zes vrouwen stapten met hun kinderen aan boord van een vissersboot.
Maar wat deed dat met de mannen? Plots moesten ze hun werkplaats delen met hun gezin. Dat was allesbehalve vanzelfsprekend.
Om dat te begrijpen, moest ik eerst weten hoe het leven aan boord verliep tijdens een gewone zeereis.
Daarom ging ik op bezoek bij Willy Kiekens, gewezen reder en IJslandvaarder. Bij een kop koffie, met de foto van het schip midden op tafel, vuurde ik mijn vragen op hem af.
Hoe was het op zee? Hoe was de indeling van het schip? Hoe zag de kombuis eruit? En die twee deuren op de foto – gaven die toegang tot een douche? Was er eigenlijk wel een toilet?
‘Een douche, meisje,’ lachte hij, ‘nee, dat hadden die mannen niet. En het toilet, daar werden je billen zuipende nat van.’ Hij bekeek de foto aandachtig, nam een balpen, trok hier en daar een lijn. Voorsteven, achtersteven, machinekamer, watervoorraad, kolenopslag.
Ik verslikte me. Kolenkot? Kookten ze dan niet met gasflessen? Natuurlijk niet. Ik zag toch ook die schouw?
Comfort was er niet. Als het schip een golf pakte, terwijl je zat te eten, plakten je boterhammen aan het plafond.
Aan een stalen kabel, van de boeg tot de achtersteven, hield je je vast tijdens een storm.
Willy zweeg even, keek opnieuw naar de foto. ‘Welke route kozen ze?’
Oostende – Lissabon – Caraïben – Panamakanaal – Peru – Antofagasta.
Hij knikte. ‘Zuidelijk. Weet je waarom?’
Ik bleef het antwoord schuldig.
‘Omdat de vrouwen dan aan dek zouden kunnen blijven. Als ze noordelijker waren gevaren, was het veel te koud geweest.’
Toen besefte ik het pas.
Vrouwen en kinderen zonder enige ervaring met de zee. Die niet beseften hoe krap en hard het leven aan boord werkelijk was.
En toch namen de mannen die verantwoordelijkheid op zich. Terwijl zij het schip recht hielden tijdens stormen, de klotsende bak van de Golf van Biskaje trotseerden, keuzes maakten die soms over leven en dood gingen.
Het leek alsof Willy mijn gedachten kon lezen.
‘Ik doe mijn hoed af voor die schippers van toen,’ zei de voormalige IJslandvaarder terwijl hij verse koffie uitschonk. ‘Die mannen hadden geen dieptemeter, geen satellietradio, geen gps. Alleen kaarten, ervaring en een scherp oog voor de zee.’
Ik knikte. Deze mannen lazen de zee zoals wij een boek lezen.
Het zijn zij die mijn familie veilig naar de overkant van de wereld brachten. Die mijn vader een onvergetelijke herinnering gaven en die mij, vele jaren later, inspireerden tot deze passie: het schrijven van hun verhaal. Merci!
