Woensdagmorgen, zes uur. Ik schiet wakker. Vanuit de logeerkamer komt een zacht gemompel dat langzaam maar zeker aanzwelt tot een luide kreet. ‘Nana!’ Mijn zevenjarige kleinzoon is wakker. Stijf en stram kom ik overeind. ‘Kom je nog een beetje naast ons liggen?’ vraag ik hem wanneer ik zijn kamer binnenstap. Hij knikt gretig. Enkele tellen later liggen we samen weer in bed.
Vijf minuten lang is hij stil. Dan begint hij te vertellen. Over school, over zijn mama en papa, over zijn brief aan de Sint. Ik draai me op mijn zij, trek hem dichterbij. Nog heel even soezen, nog even zijn geur opsnuiven.
Ik leer de kunst van het genieten. XL, extra large. Vroeger zou ik mijn kleinzoon onder zachte dwang hebben gevraagd om nog minstens een halfuur in zijn eigen bed te blijven liggen. Nu geniet ik van het moment en besef maar al te goed dat hij binnen enkele jaren helemaal geen zin meer zal hebben om tussen zijn grootouders te komen liggen.
Leven. XL, extra large. Ik neem de tijd die nodig is. Om te wandelen, te winkelen. Om écht te kijken, om te luisteren. Heeft het met de weggevallen tijdsdruk te maken? Met mijn lege agenda? Of is het eerder een inhaalmanoeuvre? Voor alle momenten waarop ik de tijd had moeten nemen, maar dat niet deed.
Vertragen na al het rennen van de laatste jaren, de kalmte na de drukte, het mogen in plaats van moeten. Stoort het me? Nee, natuurlijk niet! Ik aanvaard het met open armen.
En toch. Sommige opmerkingen komen nog steeds verkeerd binnen. Goedbedoelde bedenkingen neem ik te persoonlijk op. Futiliteiten. Ik foeter, ik klaag.
Zachter worden. Misschien leer ik het. Minder snel oordelen, minder scherp reageren. Wie weet brengt het XL ook de zachte kant van mezelf naar boven.
