De winkelstraten van Alessandria kleurden roze. Vrijdagochtend vertrok er een rit van de Giro, donderdagavond was er een groot stadsfeest en voorstelling van de ploegen. In elke etalage stond een koersfiets, met nostalgische truitjes. Ik smulde van de foto’s en memorabele weetjes over de wielgoden.
Alessandria is een stad met brede lanen en verkeersvrij stadscentrum. Ik borg mijn iPhone op. Vandaag geen foto’s, maar genieten van de mooie winkels, de mode en de flair van de Italianen.
Op Piazza Giovanni XXIII verwees een infobord naar een beeld van een boer met een koe, en de naam Umberto Eco. Ik bleef even staan, Jan en Filou wandelden verder.
Ik begreep niet meteen wat ik las en zocht het op. Het ging om de herder Gagliaudo Aulari die volgens de legende de stad redde van keizer Barbarossa. Het verhaal inspireerde Umberto Eco – geboren in Alessandria – voor zijn roman Baudolino. Een boek dat meteen op mijn intussen lange lijst belandde.
Piemonte staat bekend – naast wijn en truffels – om zijn hazelnoten. De meeste boeren telen er, naast hun druiven, ook hazelnoten voor de Ferrero-fabriek in Alba. Het ideale excuus om een terrasje op te zoeken en een pannenkoek met Nutella te eten. De chocolade droop eraf.
‘Laten we deze namiddag Acqui Terme bezoeken. Het is hier niet zo ver vandaan en de moeite waard,’ stelde ik voor. Zo gezegd, zo gedaan.
Ik had een beeld van een luxueuze stad in mijn hoofd. De ene warmwaterbron na de andere, vijfsterrenhotels met thermaal water, etalages vol Rolex en Louis Vuitton.
Niets was minder waar. Een middeleeuws dorpje met welgeteld zes straten en twee pleinen. Drie bronnen, waarvan La Bollente, de bekendste was: een bouwwerk die leek op een Griekse tempel, midden op een plein. Boven de bron hing damp. Het water was heet: 74,5 graden.
Op het pleintje voor de bron dronken we een verfrissend lokaal pintje. Geen wijn, alhoewel de streek fameus is voor hun Barbera, een fruitige rode wijn.
Het water uit La Bollente zou geneeskundige krachten hebben. En dat bleek al snel. Een man naderde, deed zijn polo uit en boog zich boven het hete water. Hij maakte zijn armen, handen, hals nat, nam een slok en gorgelde, om het daarna uit te spuwen op de straatstenen.
Met open mond keken we naar het schouwspel. Groepjes toeristen dromden samen rond La Bollente. Iedereen wilde een foto nemen van de bron, maar de man gaf hun geen kans. Na de slok begon hij opnieuw. Armen, handen, hals en gorgelen. Een ritueel in een strak tempo, een halfuur lang.
De terrassen stroomden vol in afwachting van het einde van het spektakel. ‘Wie weet is die man wel ingehuurd door de lokale horeca,’ lachte ik de vertoning weg.
‘Misschien wel,’ antwoordde Jan. ‘Veel valt er hier anders niet te beleven. Had jij het niet over luxe en thermen?’
Op de terugweg viel mijn oog op een in fluo gemarkeerde plaatsnaam in onze wegenatlas. Abano Terme, dichtbij Padua, in Veneto. De streek die we de week nadien zouden bezoeken.
