Eindelijk onderweg naar Italië – Lingua e Cultura @ Catherine Dupres

Laat in de avond kwamen we aan in Castagnito. Sara was in de tuin aan het werken en kwam op ons af. ‘Of alles in orde was?’ vroeg ze, waarna ze plots op het Engels overschakelde, alsof ze zich realiseerde dat wij geen Italianen waren.

Ik antwoordde in het Italiaans dat het een prachtlocatie was en alles was meer dan in orde.

Sara glunderde en ging terug over naar het Italiaans. ‘Heb je al groenten besteld bij Annamaria?’ vroeg ze. Ze haakte haar arm in de mijne. Samen wandelden we naar het huis wat verderop. Ze bestelde salade, tomaten, courgetten (met de bloemen!) en aardbeien voor me.

‘Ik heb ook prei,’ antwoordde de hoogbejaarde boerin. Ze rolde even met haar ogen. ‘Porro. Zou ze dat kennen. Vanwaar is ze?’ Ze keek me wantrouwig aan.

‘Belgio,’ antwoordde ik. Haar harde blik verzachtte. De vragen volgden elkaar in sneltempo op. Hoe lang we bleven, of het ons eerste bezoek was aan Piemonte, hoe lang het rijden naar de Noordzeekust was. Ik verstond niet elk woord of elke uitdrukking, maar genoeg om te antwoorden en het gesprek gaande te houden.

Op de terugweg feliciteerde Sara me met mijn Italiaans. Ik wuifde haar woorden weg. Zo vloeiend was het ook niet, en daarbij, ik kon het misschien wel praten, maar niet schrijven.

Naast de vele reisboeken die ik las, had ik me de voorbije maanden opnieuw op het Italiaans gestort. Tijdens het weekend luisterde ik naar RAI Isoradio, op Spotify zocht ik naar verhalen die in het Italiaans werden voorgelezen, én ik haalde mijn uitgebreide cursus Italiaans terug uit de kast. Vele tientallen centimeters papier had ik blad per blad herlezen en herhaald.

Sara had misschien gelijk. Misschien heb ik wel een soort van talenknobbel. Maar eigenlijk heb ik alles te danken aan Catherine Dupres van Lingua e Cultura.

Ooit, het moet eind jaren negentig zijn geweest, stapte ik haar leslokaal in Oostende binnen. Het toeristenklasje. Enkele basisbegrippen om je plan te kunnen trekken tijdens een reis naar Italië.

Maar haar enthousiasme voor Italië besmette me. Ik volgde haar naar Veurne en naar Brugge, leerde de taal beter kennen maar ook het land en de cultuur. Van de Etrusken tot de Romeinen. Van Bologna tot Palermo.

Dank je wel Catherine. Om niet op te geven. Om ons jarenlang die schoonheid te tonen, maar ook om die eindeloze vervoegingen met een soort van engelengeduld in ons hoofd te prenten:
Io sono, tu sei,lui è …
Io ho, tu hai, lui ha …

Oefeningen waarvan ik soms het nut niet inzag. Tot ik zomaar met een hoogbejaarde boerin in Piemonte stond te praten over groenten en fruit en over de Noordzeekust.

Dank je wel Catherine, voor jouw passie en vuur waarmee je Italië op woensdagavond tot leven bracht. Voor de talloze filmpjes. Voor de teksten over Berlusconi. Voor de zangavonden.

Voor l’Italiano van Toto Cutugno.

Want misschien zijn we dat allemaal geworden: een klein beetje Italiaans.