Het was ondertussen acht graden warmer. Op televisie en radio waarschuwde men voor de hitte. Ook gezonde mensen krijgen op termijn last, verzekerde de Italiaanse omroeper met de nodige ernst. We volgden de welgemeende raad op en schakelden een tandje terug.
We kozen voor een rustige overgang van het uitgestrekte Piemonte naar het drukkere Veneto. Zo kwamen we in Treviso terecht.
Treviso, het kleine broertje van Venetië en volgens de reisgidsen meer dan ondergewaardeerd.
En dat konden we met onze eigen ogen vaststellen. O, wat deed Treviso ons denken aan Brugge. Een web van kanaaltjes en grachten, bruggetjes vol bloemen, gezellige pleinen, kerken en fonteinen. Treviso had het allemaal, maar zo veel rustiger dan Venetië.
En toch leefde de stad. Rond het middaguur liepen de kantoren leeg. Zoals we wel vaker doen, volgden we de mensenstroom naar de plek waar ze gingen eten. Was het goed genoeg voor de locals, dan was het zeker goed voor ons.
Zo kwamen we in een trattoria met een terras aan het water terecht. De kaart was minimaal, zoals zo vaak in Italië. Vandaag was er tartare di manzo met radicchio, een soort van rode witloof, geteeld in de regio van Treviso. Een goede keuze.
Na wat slenteren en windowshoppen keerden we terug naar onze auto. Die stond op de koer van een piepkleine parking, die we die ochtend als bij wonder vonden in een rommelige wijk aan de rand van de stad. Het was heet. In de auto nog heter. Als onder een stolp reden we naar Mogliano terug.
Vanaf nu zou ik het parkeerissue anders aanpakken. Ik wilde onze reis niet laten verpesten door een echtelijke ruzie, temidden van gefrustreerde Italiaanse automobilisten en met een zachtjes jankende puppy op de achterbank.
De ochtendspits zou ons niet meer overvallen, de gps zou ons rechtstreeks naar een parkeerplek leiden. Ik had enkel de adressen nodig.
En toch bleef er iets hangen van wat mijn vriendin ooit had gezegd: dat achter elke zoekopdracht ergens op de wereld systemen draaien die gekoeld moeten worden.
Ik bluste mijn geweten. Had ik niet de bibliotheek afgeschuimd, reisgidsen en verslagen gelezen en eigenhandig een to-do-lijst opgemaakt? Nee. Ik had recht op een parkeergarage. Een frisse. Een ondergrondse. Toch?
