Op Pinksterzondag, al vroeg in de ochtend, verlieten we Castagnito en reden naar Mogliano Veneto, onze bestemming in de regio Veneto. Een levendige stad, gelegen tussen Treviso en Mestre. Met een rechtstreekse treinverbinding naar Venetië. Handig mochten we – hoewel niet gepland – de Dogenstad wilden bezoeken.
Het verkeer liep vlot. Iets voor half drie liet ik de eigenares weten dat we waren aangekomen.
Het was een pittige dame. Mijn verbeelding sloeg op hol. Ze had hier gewoond, vooraleer haar kinderen het huis uitvlogen of – wie weet – haar man haar voor een ander verliet.
Het was een mooi appartement. Met de drie slaapkamers, twee badkamers en een ruime woonkamer hadden Jan, ikzelf en Filou meer dan plaats genoeg. En, het moet gezegd: van de drie eigenaars die we tot nu toe hadden gehad, was zij ongetwijfeld de oudste maar had zij de beste internetverbinding.
Het was drukkend warm. De woonkamer snakte naar frisse lucht. Ze liep naar het rolluik aan de terrasdeur, gaf een korte ruk … maar het weigerde alle dienst.
Ze fronste. ‘Vandaag is het Pinksteren,’ zei ze.
Ik verstond wat ze niet zei. Pinksteren in Italië. Wie kan je dan bellen?
Ze klapte haar telefoon open, zocht een nummer en belde. Haar stem ging alle kanten uit. Eerst scherp, dan zachter, dan weer kordaat. Even later drukte ze af en glimlachte tevreden. ‘De technieker komt meteen. Ik wacht beneden. Doe maar op je gemak.’ Ze wees naar onze koffers.
Nog geen half uur later zaten Jan en ik op het terras met een frisse pint in de hand en klonken op deze pittige, Italiaanse nona.
