Eindelijk onderweg naar Italië – Dijon, toeval bestaat niet

Langzaam kwamen we in vakantiemodus. De straat zag er misschien niet zo aantrekkelijk uit, maar het appartement was een oase van rust. Wat later dan gewoonlijk gingen we op pad.

‘Dijon, echt de moeite om te bezoeken,’ had onze dochter ons op het hart gedrukt. En zo volgden we de koperen uiltjes die ons de weg door de stad wezen.

Onze eerste zoektocht was de carrousel waar onze kleinzoon jaren geleden een rondje op had gemaakt. Ik maakte een foto en stuurde die door. ‘Is het deze, Jules?’ vroeg ik. Al snel kregen we een duimpje.

Toeval bestaat niet, maar toch … Hadden we deze straat niet ingeslagen, had ik niet getreuzeld bij het maken van de foto en het versturen van het bericht, dan waren we Betty en Yves niet tegengekomen. Ik had gelezen op facebook dat ze hun huwelijksverjaardag vierden in Dijon. Maar geef toe, hoe groot is de kans dat je elkaar dan effectief treft.

Het weerzien deed deugd. Het was veel te lang geleden. ‘Aperitiefje?’ We knikten en volgden hen naar de Place de la Libération.

Vol passie vertelden ze over hun culinaire tocht door Dijon. Yves’ ogen blonken. Zijn respect voor de manier van koken, de betere wijnen en de gerechten, deed de haartjes op mijn armen rechtkomen. We hingen aan zijn lippen. Natuurlijk kwamen ook de kinderen, kleinkinderen, ons pensioen én het schrijven aan bod. Maar de manier waarop Yves over koken sprak, zal ik niet snel vergeten.

Enige tijd later zwierven Jan en ik verder door de stad. We sloegen een zijstraat in, nestelden ons op een soort van lounge-terras. Tafels in alle kleuren en maten, een palletbank vol kussens en plaids, zomerse muziek. Ik keek naar het menubord aan de muur en wilde de Ravioles du Dauphiné bestellen. ‘Hoe jammer,’ antwoordde de serveerster vriendelijk, terwijl ze Filou aaide. ‘We hebben vandaag een heerlijke soep met paddenstoelen en vers gebakken brood.’

Ze kreeg gelijk: de soep was heel lekker en brood nog warm.

Terwijl we enkele uren later naar ons verblijf wandelden, kwamen de eerste Italiaanse Whatsapp-berichten binnen. Hoe laat dachten we te arriveren, vroeg Sara. Ze kon jammer genoeg niet aanwezig zijn bij onze aankomst. Een volledige routebeschrijving volgde, samen met de uitleg waar we wat konden kopen. Annamaria verkocht groenten en fruit, een azienda agricola verderop verkocht chocolade, wijn en andere Piëmontese specialiteiten. Ze keek er naar uit om ons te leren kennen.

Ik fleurde op. Morgen zou ik, na minstens vijftien jaar, terug in Italië zijn. Eindelijk!