En als er nu één stad was dat we niet mochten overslaan, was het Turijn. Althans volgens de kinderen, vrienden en reisgidsen. En wie zijn wij om goede raad in de wind te slaan?
We parkeerden zo snel mogelijk en zochten de overdekte markthal. Straat in, straat uit. Tot we na een stevige wandeling van zeker een kilometer bij het toerismebureau belandden. Vriendelijk wees men ons de juiste weg.
Aan de overkant van het plein lag een hal waar je kon eten en drinken. Een schot in de roos! Na het rondslenteren en het opsnuiven van al die heerlijke geuren, moesten we kiezen: pizza, kip, biefstuk, mozzarella of ravioli. We kozen voor agnolotti di manzo alla salsa al tartufo bianco. Een zangerige naam voor ravioli met witte truffelsaus. En eerlijk? Zo’n lekkere ravioli hadden we nog nooit gegeten.
Na dat pure genieten wandelden we naar de historische overdekte voedselmarkt: l’Antica Tettoia dell’Orologio. Op de gevel prijkte: Amare le differenze (hou van de verschillen). Een permanent kunstwerk uit 2005, waarbij de zin in verschillende talen in neonlicht is aangebracht. Niet toevallig hier, in de wijk Porta Palazzo, met op donderdag de grootste openluchtmarkt van Europa.
Binnen en buiten krioelde het van de kramen met kaas, vlees, pasta, groenten, fruit, koffie. Een mengelmoes van Piemontese specialiteiten en couscous, dadels, olijven en pepers. Kruiden als ras el hanout, Turks platbrood en baklava. De kunstenaar had gelijk: onze verschillen maken ons zoveel rijker.
We verkenden de stad. We slenterden langs de Koninklijke paleizen, het theater, de winkelstraten met hun eindeloze portieken. Een regenachtige dag? Geen probleem, in Turijn bleef je kurkdroog.
‘De Lijkwade!’ We waren de kathedraal voorbij gelopen en keerden op onze stappen terug. Even later stonden we, naast nog enkele toeristen, voor het gesloten portaal van de Duomo di San Giovanni Battista.
Turijn in één dag bezoeken lukte niet. Dus moesten we keuzes maken. We ploften neer op het terras van het befaamde Caffè Torino. Ik dronk een Bicerin gemaakt van espresso, warme chocolade en een laagje slagroom. De rekening verklaarde waarom elke toerist een foto maakte van het interieur met bladgoud, marmeren trap en kristallen luchters. En toch, we lieten ons de luxe en het uitzicht op het plein zonder aarzelen weggevallen.
Ook onze tien maanden oude teckel genoot. Niet van het uitzicht maar vooral van alle aandacht die hij kreeg. ‘Zo’n mooie hond … Che carino!’ Sommige mensen spraken ons aan, andere namen stiekem een foto van hem. ‘Mochten we aan iedereen die hem aait of fotografeert een euro vragen,’ schreef ik die avond naar de kinderen, ‘dan hebben een groot deel van onze reis terugverdiend.’
Het was warm en we werden moe. We keerden naar onze auto terug. Tenminste, als we die ooit zouden terugvinden. Ik stapte het toerismebureau terug binnen. ‘Ik ben de weg kwijt,’ zei ik wat beteuterd.
Bleek dat de parking letterlijk om de hoek lag.
‘Jij kan geen kaart lezen,’ beweerde Jan steeds en vandaag kreeg hij meer dan gelijk. Misschien hadden we de Lijkwade van Turijn, het Museo dell’Automobile of het Lingotto-complex met de Fiat-testpiste op het dak wel kunnen zien, waren we die ochtend niet zo hopeloos verdwaald geraakt.
Maar goed, ieder nadeel heeft een voordeel: Turijn, dit was geen afscheid maar een tot snel.
Arrivederci Torino, ci vediamo!
