In mijn voorbereidingsschrift had ik in grote, zwarte letters geschreven: Verona niet. We hadden de stad tweeëntwintig jaar geleden bezocht. Eén keer was genoeg.
Totdat Sara vorige week met veel enthousiasme over de stad sprak. Haar eerste schoolreis. Ze zou het nooit vergeten. Zo romantisch, zo Italiaans, zoveel flair. De twijfel sloeg bij mij toen al toe.
De wegwijzers logen er niet om: Verona was een boogscheut verwijderd van Mogliano Veneto. Zouden we het wagen? Een tweede bezoek viel meestal tegen. We gaven toe en vertrokken.
Verona was een blij weerzien. De arena maakte zich klaar voor een nieuw operaseizoen, op het Piazza delle Erbe krioelde het van de kraampjes met T-shirts, magneten, maskers en Pinocchio-potloden.
Mei, de maand van de schoolreizen. Ook in Italië. Horden schoolkinderen draaiden dezelfde hoek om: het balkon van Romeo en Julia. Althans, dat dachten we.
Niets was minder waar. Al die jaren geleden waren we met de kinderen tot onder het balkon gewandeld, foto’s genomen. Honderden liefdesboodschappen in evenveel talen kleefden toen op de muur dicht bij het balkon. Nu is het plein afgeschermd, moet je betalen om het balkon en de binnenruimte te bezoeken. Van de romantische sfeer bleef weinig over.
We volgden opnieuw onze intuïtie en zochten iets te eten in een zijstraat, ver van de drukte. We waren de eersten op een terras, bestelden een prosecco en risotto all’Amarone. Het tafeltje naast ons werd ingenomen door een Franstalige gids met twee van haar klanten. ‘Mijn favoriete restaurant,’ zei ze terwijl ze eveneens de risotto bestelde, ‘ver weg van de bezienswaardigheden.’ We konden haar alleen maar gelijk geven.
We klonken op ons gezin, waarmee we hier al die jaren geleden samen waren, op Verona en op Italië. ‘Ik denk,’ zei ik heel serieus, ‘dat ons pensioentje groot genoeg is om hier te overwinteren.’
Jan verslikte zich in zijn prosecco. ‘Overwinteren?’
‘Tuurlijk. Weet je hoeveel ik bij de bakker betaal voor vier pistolets en een brood? Twee euro veertig.’
Hij gaf me gelijk. Boodschappen doen was hier betaalbaar. ‘En de huurprijs voor een appartement?’ vroeg hij.
Dat zou ik eens moeten opzoeken. Vanavond. Eerst verder genieten van Verona en van het gevoel dat we hier zouden kunnen wonen … denk ik. Hoop ik.
