Het mooie weer hield aan. Te droog, te heet. De temperatuur steeg moeiteloos tot 39 graden. Onze puppyteckel Filou kreeg het moeilijk.
Het was een reis met een open einde. Ik bedoel, we wisten wanneer we zouden vertrekken en welke plekken we de eerste weken zouden aandoen. Daarna, van zodra we Mogliano Veneto zouden verlaten, hadden we niets meer geboekt. We zouden wel zien: een weekje Friuli of richting Lombardije.
Na een veel te korte nacht, waarin Filou overgaf en constant zacht jankte, hakten we de knoop door. De volgende week werd er ook voor beide regio’s extreme hitte voorspeld. We hadden geen keuze, we zouden Italië verlaten.
Met een klein hart verlieten we op zaterdagmorgen Italië richting Inzell in Duitsland. Erlebniswelt Fantenberg beloofde ons een onvergetelijke ervaring. Ik had het via Booking.com op goed geluk geboekt.
‘Waar denk je aan?’ vroeg Jan toen we machtige bergen van Oostenrijk voor ons zagen opdoemen.
Ik kon niet antwoorden. Duitsland was Italië niet. Meer woorden had ik niet nodig.
Enkele uren later kwamen we in Inzell aan. Ik moest onmiddellijk mijn woorden inslikken. Een vakantiecomplex met amper een zestal appartementen en plaats voor drie mobilhomes. Te midden van een bos, met een gezellig terras net naast een kleine rivier. Onze kamer had twee terrassen. Eén ervan hing letterlijk boven het zachtjes kabbelende water. Alle spanning rond Filou en de hitte van Veneto gleed zo van ons af. Rust. Gewone temperatuur.
‘Vanavond is er barbecue,’ zei de jongeman toen hij mij de kamersleutel overhandigde. ‘Schuiven jullie aan?’
En dat mochten we letterlijk nemen. Op het grote terras waren de tafels bij elkaar geschoven, kleurrijke parasols en een lichtslinger zorgden voor de sfeer. Uit de boxen klonk zachte muziek. De stenen gloeiden, Steckerlfisch werd in kraftpapier gewikkeld en het bier werd in literglazen geserveerd. Iedereen praatte met iedereen, iedereen proostte op hetzelfde: het mooie leven.
Waar ik me enkele dagen geleden nog in een film van Sophia Loren waande, voelde ik me nu een
figurant in een Beiers dorpsfeest. Een totaalbelevenis. Hartelijk, ongedwongen en zonder kapsones.
‘We komen hier volgend jaar terug,’ zei ik tegen Jan en liet me in slaap wiegen door het geruis van de wind in de bomen.
