Mag ik even verdergaan op mijn blog over Opzoekingen?
Via FLEV, het Fonds Literair Erfgoed Visserij van De Vrienden van het Nationaal Visserijmuseum van Oostduinkerke vzw, kon ik volgend boek lenen: Wij zoeken een haven van P. Terpstra, uitgegeven in 1953. Het verhaal gaat over vissers uit Urk die in 1952 naar Argentinië emigreren, onder leiding van een Oostendse reder.
In 1932 was de Afsluitdijk, tussen Noord-Holland en Friesland, klaar, waarmee de Zuiderzee overging in het rustige IJsselmeer. Voor de vissers betekende dat een ingrijpende verandering: het water werd zoet en belangrijke vissoorten, zoals haring en ansjovis, verdwenen. De vissers richtten zich steeds meer op de Noordzee. Maar net als in Vlaanderen kwam de visserij na WO II onder druk te staan.
De vraag om samen met de Oostendse Flandriavloot te emigreren naar Argentinië, namen de vissers met beide handen aan.
Urk was in die tijd een diepgelovige gemeenschap. De voormalige eilandbewoners leefden volgens de strenge regels van hun geloof: soberheid, plichtsbesef en trouw aan de Bijbel.
En net dit geloof zou hun leven in Argentinië in de weg staan. Na aankomst bleek dat de vissers, ondanks de belofte van de reder, op zondag moesten werken. Dat was voor hen ondenkbaar. Ze weken niet van hun principe. Ze kwamen terug. Op een enkeling na.
Het boek deed me nadenken. Hoe ver zou ik gaan om mijn principes trouw te blijven? Wat zou ik zeker nooit overboord gooien?
Een doordenker.
Bronnen:
Vaarwel mijn Zuiderzee – Stichting Urker Uitgaven ; nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.15.68
